Logicollege

Welcome to your M5-Toets

Welke van onderstaande stellingen is/zijn juist?

I           In een BQ systeem is de bestelhoeveelheid te berekenen met de formule d x L+ vv
II          In een sS systeem is het bestelniveau te berekenen met de formule (L + 0,5 x i) x d

In een sQ-systeem kun je s berekenen met de formule Wat is de betekenis van de term 0,5i in deze formule?

Vier mogelijke systemen voor statische voorraadbeheer zijn:

Beoordeel de juistheid van de volgende beweringen.

I         De seriegroottevoorraad is bedoeld om onzekerheid bij de afnemer op te vangen.

II        De gemiddelde seriegroottevoorraad is ongeveer gelijk aan de halve omzet gedurende de levertijd van de leverancier.

Het two-bin-systeem is een voorbeeld van een:

Wat zijn geen variabele kosten van voorraadhouden?

De 3 R-en van het voorraadbeheer zijn:

De jaarafzet is 1500 stuks. De bestelkosten zijn € 15 per keer. De inkoopprijs is € 60 . De opslagkosten zijn 13 % van de inkoopwaarde per artikel. Wat is de economische seriegrootte ?

Welke variabelen in het EOQ-model kun je als voorraadbeheerder het best aanpassen om de voorraadkosten omlaag te brengen?

I Volgens Marieke is de orderdoorlooptijd de tijd tussen behoeftesignalering van de klant en het moment waarop hij/zij het product in huis heeft. II Volgens Niels is de leadtime de tijd tussen acceptatie van de klantenorder en het aflevermoment. Wat is waar?

Onnauwkeurige gegevens kunnen leiden tot:

Van een product worden 1000 stuks per jaar gevraagd, de inkoopprijs is € 20,– per stuk, de voorraadkosten zijn € 10,– per stuk per jaar en de bestelkosten van een serie zijn € 100,–. Als 20% korting zou worden gegeven bij een bestelserie van meer dan 100 stuks, wat heeft dat dan voor invloed op de optimale seriegrootte?