Logicollege

Veel gebruikte modellen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Een model is een afspiegeling van de werkelijkheid, die is opgesteld door iemand met een specifiek doel.

Elke keer als we iets proberen te omschrijven, maken we een model. Als we iets in een schema zetten, als we een tekening maken of een maquette maken we een model. Elke formule is een model.

 

Met dit in het achterhoofd, zien we opeens overal modellen opduiken. We laten er een aantal de revue passeren.

 

Een organigram. Het is een aspectmodel, dat de hiërarchische verhoudingen tussen functies beschrijft. Meer kun je er niet uithalen. Het laat niet zien waar iemand in het gebouw is te vinden, er staat niet in hoe oud of hoe succesvol de persoon is.

 

Een schets voor een nieuwe layout. Een aspectsysteem, dat de ruimtelijke verhoudingen tussen functies beschrijft bij een mogelijke nieuwe indeling van de ruimte.

 

Een balans. Een aspectsyteem dat de waarde van de bezittingen en de schulden weergeeft.

 

Een resultatenrekening. Een aspectsysteem dat de kosten en opbrengsten beschrijft.

 

De Dupont-chart. Dit schema laat zien hoe de resultaten samenhangen met posten uit de balans en de resultatenrekening.

 

Een rekenmodel. Een aspectsysteem dat bestaat uit een aantal samenhangende formules (vaak wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden van Excel). Met de formules wordt als het ware de omzetting van input tot output (van een machine, installatie, afdeling of bedrijf) ‘nagespeeld’. Afhankelijk van het doel, zal het model meer of minder gedetailleerd worden opgezet. Voorbeelden zijn berekeningen om in te schatten welke invloed een nieuwe werkmethode, installatie, layout of vestigingsplaats zal hebben op het financiële resultaat.

 

De formule van Camp. Geeft aan hoe je de optimale seriegrootte kunt berekenen.

 

Een werktekening. Geeft de samenstelling, maten en bewerkingen aan van een product of onderdeel.

 

Een foto. Laat de situatie (gedeeltelijk) zien op een bepaald moment.

 

De Deming-cirkel. Laat zien dat verbeteren een continuproces is, waar je stappen in kunt herkennen.

 

De BPC. Een overzicht dat de samenhang laat zien tussen alle soorten plannen die een onderneming maakt.

 

Het ILC. Een abstractie waarin een aantal elementen uit het primaire proces worden gekoppeld aan de structuur en de besturing van een onderneming.

 

Voor de handel is het SCOR-model (Supply Chain Operations Reference Model) interessant. Met dit model kunnen partners in een keten volgens een gestandaardiseerde manier zien wat de invloed van een verandering zal zijn op de gezamenlijke (keten-)prestaties en -kosten. Op dit model komen we terug in Module 3.

 

Veel rekenmodellen maken gebruik van oplossingstechnieken uit de Operations Research, zoals lineair programmeren, dynamisch programmeren of kansrekening.

 

 

 

 

Verdiepingen bij deze module

 

Deze module heeft twee Verdiepingen.

 

In de eerste Verdieping behandelen we het Integraal Logistiek Concept (ILC) als basis model voor logistieke analyse en voor inrichting van ,logistieke processen

 

De tweede Verdieping gaat over typologieën. Methoden waarmee je snel een eerste indruk kunt krijgen van de logistieke situatie van een onderneming

verdiepende module

inhoud

M2V1:  Werken met het Integraal Logistiek Concept (ILC)

 

o   Uitgangspunt voor het ILC

o   Ondernemingsstrategie: visie ontwikkelen,

marktanalyse  en doelstellingen formuleren

o   – tactisch:  voorwaarden scheppen voor

   uitvoering van de processen

o   – operationeel: zorgen voor de uitvoering

o   – prestatiemeetsysteem

o   De kern van het concept: grondvorm, besturing,

o   ICT, organisatie (van Goor)

o   Het ILC compleet

M2V2:   Typologieën als hulpmiddel

 

o   Indeling op typen processen

o   Indeling op complexiteit van product en proces

o   Indeling op kenmerken ven de producten

o   Waardedichtheid en Verpakkingsdichtheid