Logicollege

Welcome to your M4

In een onderneming onderscheidt men producten die (eigenlijk) van de balans afgevoerd moeten worden. De controller wil deze voorraad tot nul afwaarderen. Hoe heet zo’n voorraad?

De belangen van diverse afdelingen of functies in een bedrijf botsen vaak. Welke afdeling wil lage voorraden?

Waaruit bestaat de economische voorraad?

Bij welke trajectvoorraad hoort de voorraad staal bij een fabrikant van bouten en moeren?

De omloopsnelheid van de voorraad is:

Een fabrikant van stalen bouten en moeren heeft een extra grote hoeveelheid staal ingekocht, omdat hij verwacht dat de staalprijs bij zijn leveranciers in de komende periode sterk zal stijgen. In de fabriek circuleren twee termen voor deze voorraad. Martijn noemt het een strategische voorraad Hessel noemt het een speculatieve voorraad Welke van deze twee termen is /zijn juist in het geval van deze fabrikant?

Twee beweringen: I Gerard zegt dat de economische voorraad van een bepaald product gelijk is aan de fysieke voorraad, vermeerderd met de voor een bepaalde periode bestelde, maar nog niet ontvangen goederen, verminderd met de voor die periode reeds door klanten gereserveerde hoeveelheid. II John beweert dat de optimale seriegrootte die hoeveelheid is, waarbij de totale, van de seriegrootte afhankelijke kosten het laagst zijn. Wie heeft / hebben het juiste beweerd?

Er zijn verschillende redenen te bedenken waardoor een serie- of ordergroottevoorraad ontstaat. Welke van onderstaande vier redenen is het best van toepassing?

Volgens Guus is de voorraadwaardering van een product waarvan de inkoopprijs de laatste tijd sterk is gestegen, hoger bij het LIFO-systeem dan bij het FIFO-systeem. De uitspraak van Guus is:

Uit de voorraadgegevens van onderneming X blijkt dat van het artikel A precies 1.000 stuks in voorraad zijn. Ook blijkt dat van A 100 stuks reeds besteld zijn bij de leverancier. Verder heeft een klant 50 stuks A besteld maar deze zijn nog niet afgeleverd. Hoeveel bedraagt de economische voorraad?

In productie-bedrijf X blijkt een groot deel van de ingekochte materialen op de werkvloer aanwezig te zijn. Hoe heet deze voorraad?

Twee beweringen. I Marco zegt dat de orderdoorlooptijd de tijd is tussen behoeftesignalering van de klant en het moment waarop hij/zij het product in huis heeft. II Mieke zegt dat de leadtime de tijd is tussen acceptatie van de klantenorder en het aflever moment. Wie noemt een juiste definitie?