Logicollege

Welcome to your M4

Twee beweringen. I Marco zegt dat de orderdoorlooptijd de tijd is tussen behoeftesignalering van de klant en het moment waarop hij/zij het product in huis heeft. II Mieke zegt dat de leadtime de tijd is tussen acceptatie van de klantenorder en het aflever moment. Wie noemt een juiste definitie?

Welke van de volgende soorten voorraden is bij een productiebedrijf NIET de verantwoordelijkheid van de afdelingen inkoop en/of logistiek?

De omloopsnelheid van de voorraad is:

De voorraadbeheerder van onderneming X heeft een lijst gemaakt met producten die volgens haar van de balans afgevoerd kunnen worden. De controller is het met haar eens en wil deze voorraad tot nul afwaarderen. Hoe heet deze voorraad?

De volgende situatie doet zich voor: Hoeveel eenheden zijn er meer in voorraad dan de norm voorschrijft? Stel een jaar op 50 werkweken.

Twee beweringen: I Gerard zegt dat de economische voorraad van een bepaald product gelijk is aan de fysieke voorraad, vermeerderd met de voor een bepaalde periode bestelde, maar nog niet ontvangen goederen, verminderd met de voor die periode reeds door klanten gereserveerde hoeveelheid. II John beweert dat de optimale seriegrootte die hoeveelheid is, waarbij de totale, van de seriegrootte afhankelijke kosten het laagst zijn. Wie heeft / hebben het juiste beweerd?

Vier beweringen, welke is juist?

Een onderneming koopt eerder grondstoffen in dan strikt noodzakelijk is, omdat verwacht wordt dat de prijzen stijgen. Hoe heet de extra voorraad die dan ontstaat?

Statistisch voorraadbeheer is bedoeld voor:

De omloopsnelheid van de voorraad is:

Wat wordt in een fietsenfabriek onder ‘afhankelijke’ vraag verstaan?

Vier voorbeelden van vraag naar een product. Bij welke van de vier is sprake van onafhankelijke vraag?